Vuurwerkverbod: minder overlast of juist het hele jaar knallen?
It lijkt wel alsof we elkaar in Nederland het licht in de ogen niet meer gunnen. Zodra de wintermaanden aanbreken, verandert het land in één grote klaagmuur. De grootste boosdoener? Het geluid van vuurwerk. Sociale media stromen vol met woedende berichten: "Mijn hond zit trillend onder de bank!" of "Mijn kat durft niet meer naar buiten!" En ja, het klopt dat dieren schrikken van harde knallen. Dat ontkent niemand. Maar wanneer is de wederzijdse tolerantie in dit land eigenlijk zo hard doorgeschoten in eenrichtingsverkeer?
We eisen massaal een totaalverbod op die paar dagen vuurwerktraditie per jaar, omdat het 'overlast' geeft. Ondertussen worden we wel geacht om 365 dagen per jaar de dagelijkse overlast van diezelfde klagers lachend te slikken. Waar is het principe van 'leven en laten leven' gebleven?
De selectieve tolerantie van de buurt
Laten we de rollen eens omdraaien. De buurman die moord en brand schreeuwt omdat er rond de jaarwisseling een knal valt, vindt het de rest van het jaar vaak volkomen normaal dat zijn hond urenlang de hele buurt bij elkaar blaft als hij van huis is. We moeten accepteren dat de kat van de overkant onze tuinen als openbaar toilet gebruikt, en we stappen regelmatig in de hondenpoep op de stoep omdat de opruimplicht blijkbaar een advies is.
En wat dacht je van de rest van ons dagelijkse leven? De buurman die drie maanden lang om zeven uur 's ochtends begint met gaten boren in de betonmuur voor zijn nieuwe uitbouw. Het ronkende geluid van grasmaaiers op een zonnige zondagochtend net wanneer jij wilt uitslapen. De basstonen van het tuinfeestje verderop in de straat dat tot diep in de nacht doorgaat. Dat vinden we 'normaal', want "je moet elkaar nou eenmaal wat gunnen in een woonwijk". Blijkbaar geldt dat gunnen voor álles, behalve voor die ene traditionele feestavond van een ander.
De psychologie van "het is nu toch al verboden"
Bovendien overzien beleidsmakers in Den Haag een grote psychologische wetmatigheid niet: als je iets volledig verbiedt, breek je ook de moraal af om je aan de overige regels te houden. De antivuurwerklobby dacht met het verbod op consumentenvuurwerk rust te kopen. In werkelijkheid hebben ze de doos van Pandora geopend. Want waarom zou een vuurwerkliefhebber nog netjes wachten tot 31 december, als het afsteken op die dag tóch al even illegaal is als op een willekeurige dinsdagavond in april?
Tot voor kort hield de overgrote meerderheid van de vuurwerkafstekers zich aan een ongeschreven sociale code: je bewaart je mooie siervuurwerk voor oudejaarsavond. Dat was de deal met de buurt. Er was een duidelijke grens. Maar door het verbod is die grens volledig weggewist. De psychologische drempel om in oktober, februari of midden in de zomer vuurwerk af te steken is compleet verdwenen. De redenering van de afsteker wordt simpel: "Als ik gepakt word, ben ik hoe dan ook de sjaak. Dus waarom zou ik nog wachten tot de jaarwisseling?" Het 'boeiuh'-effect treedt in werking. De overlast wordt niet minder, maar verspreidt zich geruisloos over 365 dagen in het jaar.
Illegaal zwaarder spul en een machteloze politie
Daar komt bij dat de aard van het vuurwerk verandert. Omdat consumenten in de Nederlandse winkels geen legaal siervuurwerk meer kunnen kopen, wordt men rechtstreeks in de armen van de illegale buitenlandse markt gedreven. In plaats van gecontroleerde siercakes die relatief zacht knallen, halen mensen nu zwaar, gevaarlijk knalspul uit het buitenland. De overlast voor de honden en katten (waar het de klagers allemaal om te doen was) wordt hierdoor juist vele malen erger. In plaats van een gezellige siershow op 31 december, krijgt de buurt nu het hele jaar door te maken met onvoorspelbare, illegale 'bommen' die ruiten doen trillen.
En wie gaat die 365 dagen aan verspreide overlast handhaven? Het antwoord is pijnlijk duidelijk: niemand. De politievakbonden en korpschefs zijn er duidelijk over: de politie heeft simpelweg de mensen en de capaciteit niet. Handhaving op vuurwerk heeft geen prioriteit. De politie kan nu al amper de normale criminaliteit aan en geeft openlijk toe dat ze alleen nog afgaan op grote excessen en openbare ordeverstoringen. Als je als burger straks in maart de politie belt omdat er drie straten verderop een mortier wordt afgeschoten, weet je van tevoren al dat er niemand komt. De dader is immers al lang gevlogen voordat de patrouillewagen überhaupt start.
Conclusie: De braven burgers bloeden, de criminelen lachen
Een samenleving blijft alleen leefbaar als we accepteren dat andere mensen soms dingen doen die we zelf niet leuk vinden. Dat betekent dat vuurwerkliefhebbers rekening moeten houden met hun omgeving en niet weken van tevoren de boel moeten terroriseren. Maar dat betekent óók dat de rest van de buurt accepteert dat er één avond per jaar geknald wordt.
Het vuurwerkverbod is het schoolvoorbeeld van slecht doordachte symboolpolitiek waarmee je alleen de brave burger straft. De raddraaiers hebben vrij spel gekregen. Klagers die hoopten op een stille nieuwjaarsnacht, kunnen zich gaan opmaken voor een heel jaar lang onvoorspelbare kruitdampen. Laten we stoppen met die chronische betuttelkramp en elkaar weer een beetje ruimte gunnen. Een vuurwerkverbod lost niks op — het maakt ons land alleen maar een stukje ongezelliger.