Vuurwerk en zorgdruk: meten we met twee maten?
Als de klok twaalf uur slaat op nieuwjaarsnacht, houden de spoedeisende hulpafdelingen (SEH) in Nederland hun hart vast. De volgende ochtend koppen de kranten steevast met dikke, rode letters: "Code rood op de eerste hulp: ruim 1.200 vuurwerkslachtoffers behandeld!" Direct volgt de morele verontwaardiging. Politici eisen totale verboden, de antivuurwerklobby viert feest en talkshowtafels rollen over elkaar heen om te bespreken hoe gevaarlijk onze tradities wel niet zijn. Vuurwerk is in de publieke opinie veranderd in de ultieme sloper van de zorg.
Maar wie de emotie weglaat en de officiële letselstatistieken erbij pakt, ontdekt al snel een bizarre paradox. Waarom breekt het hele land de tent af over de slachtoffers van één feestnacht, terwijl we een massale, dagelijkse stroom aan zwaargewonden door alledaagse dingen volkomen normaal vinden?
Vuurwerkslachtoffers en fietsongelukken
Laten we de cijfers van kenniscentrum VeiligheidNL eens in perspectief zetten. Tijdens een traditionele jaarwisseling worden er in die bewuste nacht zo'n 1.200 vuurwerkslachtoffers geregistreerd (waarvan het merendeel overigens direct door de huisarts kan worden geholpen). Dat is pijnlijk, en elk slachtoffer is er een te veel.
Maar stel je nu eens voor dat er een activiteit is waarbij jaarlijks bijna 81.000 Nederlanders zo hard gewond raken dat ze met spoed naar het ziekenhuis moeten. Een activiteit waarbij jaarlijks honderden doden vallen en meer dan 14.000 mensen ernstig hersenletsel oplopen. Dan zouden we die activiteit direct verbieden, toch?
Welkom in de wereld van de Nederlandse fietser. Met gemiddeld 220 spoedgevallen per dag, élke dag van het jaar, eist de fiets een gigantische tol van de zorg. Waar zijn de talkshows over de "fietsepidemie"? Waarom eisen we geen landelijk fietsverbod of een streng alcoholverbod op de tweewieler met dezelfde agressie waarmee we over vuurwerk praten? Het antwoord is simpel: we hebben besloten dat we dit bloedbad acceptabel vinden, omdat de fiets nu eenmaal handig is voor onze levensstijl.
Alcohol tijdens de jaarwisseling
De hypocrisie rondom de nieuwjaarsnacht zelf is misschien nog wel het meest stuitend. De schuld van de overvolle ziekenhuizen wordt volledig in de schoenen van het vuurwerk geschoven, maar de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) trekt al jaren aan de bel over de échte boosdoener: alcohol.
Honderden Nederlanders belanden die nacht op de eerste hulp met een acute alcoholvergiftiging, of met zwaar letsel door drankgerelateerde vechtpartijen en valpartijen. Sterker nog: artsen geven aan dat een aanzienlijk deel van de 'vuurwerkslachtoffers' gewond raakt omdat ze simpelweg met een flinke slok op onvoorzichtig stonden te klooien.
Als een vuurwerkpijl voor letsel zorgt, schreeuwt het land om een totaalverbod. Maar als diezelfde nacht tientallen minderjarigen bewusteloos worden binnengebracht wegens coma-zuipen, blijft het stil. Niemand stelt voor om de verkoop van bier en champagne aan banden te leggen om de zorg te ontlasten. Waarom niet? Omdat drank sociaal geaccepteerd is. We vinden het prima dat de zorg klemloopt door alcoholmisbruik, zolang we zelf maar kunnen blijven proosten.
Hondenbeten en medische zorg
Als de zorgbelasting écht de graadmeter is voor wat we in dit land verbieden, dan is er nóg een blinde vlek: onze huisdieren. In Nederland worden er jaarlijks naar schatting maar liefst 150.000 mensen door een hond gebeten. Zeker 40.000 tot 50.000 van hen hebben medische zorg nodig bij de huisarts of in het ziekenhuis.
Dat zijn gemiddeld ruim 400 bijtincidenten per dag. Jaarlijks belanden er duizenden mensen — heel vaak jonge kinderen — op de eerste hulp of bij de plastisch chirurg met verscheurde gezichten, diepe infecties en blijvende verminkingen. Als we de logica van het vuurwerkverbod zouden doortrekken ("het veroorzaakt medisch leed, dus weg ermee"), dan zou er morgen een landelijk verbod op honden moeten komen. Maar dat gebeurt niet, want honden zijn gezellig en we zijn er dol op.
Een zichtbare piek in de zorg
De selectieve woede rondom vuurwerkslachtoffers heeft heel weinig met volksgezondheid te maken en alles met cultuur en psychologie. Vuurwerk is geconcentreerd; de gewonden vallen in een tijdsbestek van een paar uur. Dat zorgt voor een korte, felle piek die heel zichtbaar is op televisie.
Maar over een heel jaar gezien is die vuurwerkpiek een statistische rimpeling op de gigantische vloedgolf aan verkeersslachtoffers, alcoholvergiftigingen en hondenbeten waar de zorg 365 dagen per jaar non-stop de handen aan vol heeft.
Conclusie
Zolang we bereid zijn om duizenden slachtoffers per jaar te accepteren op het fietspad, in de kroeg of door huisdieren, is de morele paniek over die ene nacht vuurwerk pure symboolpolitiek. We pakken de pijl aan, maar laten de fles, de fiets en de hond angstvrij buiten schot. Het is een makkelijke bliksemafleider voor de overheid: pak de burger zijn feestje af, dan lijkt het alsof je de zorg redt, terwijl het echte dagelijkse bloedbad stilletjes mag doorgaan.